Verslag van cursus onderwater biologie 2009

Heidi Tijms en Hester Verberkt

Vrijdagavond 20 uur is het dan zover. Het onderwaterbiologie-weekend start in de Koebel in Burgh Haamstede. Johanna doet de aftrap en bij het voorstelrondje (we zijn met 30 deelnemers en leden van de BW) valt op dat we eigenlijk allemaal hetzelfde komen ‘halen’: ‘wat is het dat ik zie?’ en ook ‘wat zie ik allemaal niet?’. Er blijken verschillende deelnemers te zijn die graag de (foto)camera ter hand nemen. Een mooie combinatie: onderwaterfotografie en –biologie. Zo ook voor Ron, die de eerste presentatie van dit weekend houdt over soortenrijkdom. Net als de andere leden van de BW belooft ook Ron dat we dit weekend ‘anders leren kijken’ tijdens onze duiken. De Nederlandse namen van sommige dieren zijn reuzenmakkelijk te onthouden: je zult maar ‘teringlijdertje’ of ‘gestippelde dieseltreinworm’ genoemd worden. De wetenschappelijke naam is echter een ander verhaal… Van alle mooie foto’s en alle kennis die Ron heeft over de planten en dieren, raken we enthousiast. De foto-opdracht wordt snel uitgevoerd en we zien sommigen ook al druk in de weer met de portfolio-opdrachten. We popelen allemaal in ieder geval om het water in te gaan, dus we duiken het stapelbed in.

Zaterdagochtend staan we vroeg op en vertrekken na het ontbijt richting het Veerse Meer. We duiken op een stek die bij de meeste van ons niet bekend is. Dat blijkt wel als iemand stellig roept dat ‘we vast geen zeester kunnen aantreffen in het Veerse Meer!!’. Niets blijkt minder waar. De duikstek leent zich goed voor het in kaart brengen van de soorten die we waarnemen (ook een portfolio-opdracht). Op het ogenschijnlijk kale zand blijkt een verrassende variatie aan leven voor te komen. Kleine krabbetjes scharrelen rond. Visjes schieten weg. Uit het stukje bewegend zand komt opeens een grote garnaal tevoorschijn. Welke soort precies? Dat moeten we nog even uitzoeken. Een halve meter verder ligt dan de eerste zeester. Dus toch! Overal staan kleine, groene anemoontjes. Groene golfbreker anemonen? Kwamen die niet juist in het getijden gebied voor? Ook maar navragen dus. Grote groepen oorkwalletjes zweven om ons heen. Hier en daar staan wat oesters, herstel, Japanse oesters bedekt met zeepokken, paars buisjesspons en Japanse knotszakpijpen. Jawel, we beginnen al aardig wat te herkennen. Rond een stuk ondefinieerbaar materiaal, wellicht ooit een krab geweest, verdringt zich een hele kluit Gevlochten Fuikhorentjes. De opruimers van de zee, noemde Ron ze gisteren. Dat klopt dus wel. Dan komen we helemaal iets bijzonders tegen: een zich verschalende strandkrab! Dankzij het filmpje van de vorige avond herkennen we het meteen, al ziet het er wel vreemd uit. Van voren lijkt het oude pantser nog gewoon een hele krab te zijn. Aan de achterkant echter is het opengespleten en een felgroen gevaarte, door de opname van water veel groter dan zijn oude velletje, worstelt zich er moeizaam uit. Met krabbelende pootjes, centimeter voor centimeter, weet hij zich er uiteindelijk achterwaarts uit te werken. Even blijft hij uitgeput zitten. De oude schaal ziet er vreemd, vaal uit in vergelijking met het opvallend groen van zijn nieuwe huidje. We blijven even wachten om te zien wat de krab nu gaat doen. Zich verschuilen, kwetsbaar als hij nu is zonder hard pantser? De oude schaal opeten zoals sommige soorten doen om aan kalk te komen? Niets van dit al. De krab trekt zich nergens iets van aan, al helemaal niet van onze aanwezigheid, doet onverschillig een paar stappen, en zet zijn scharen in een lekker hapje. Verschalen maakt hongerig, dat is wel duidelijk. Onderweg schijnen we zo nu en dan in de lege oesterschelpen en hebben een paar keer beet: de binnenkant van de schelp is overdekt met glinsterende eitjes, beschermd door een, nu inderdaad zwarte, zwarte grondel. We eindigen de duik langs de steiger, waar we ook te water waren gegaan. Deze blijkt schitterend begroeid met enorme plakkaten botrylloides, een kolonievormende zakpijp, in feloranje, roze en dieprood. Van dichtbij kunnen we zelfs de afzonderlijke zakpijpjes zien! Op de stenen langs de steiger vinden we nog een keverslak, een soort waar we nooit eerder zelfs maar opgelet hebben. Als we bovenkomen zijn we het dan ook met elkaar eens: al zouden we deze stek vroeger misschien als kaal bestempelen, we hebben echt ontzettend veel gezien.

Bij terugkomst in de Koebel kunnen we heerlijk in het zonnetje aan de picknicktafels zitten. Na de lunch evalueren we wat we zoal gezien hebben. We horen zelfs een ‘Doorschijnende Zeevinger’ voorbijkomen. Dan neemt Theus het stokje over. Hij vertelt ons over ecologie; de relaties tussen planten en/of dieren en hun samenlevingsvormen. Na de ochtendduik, het genieten van de zon en de lunch, is iedereen wat loom. Hier en daar zien we een ooglid of twee langzaam dichtvallen. Dit heeft overigens absoluut niks met de presentatietechniek van Theus te maken! Linda en Jesus duiken snel nog even de keuken in. Er komt ons de hele middag al een heerlijke geur tegemoet. Wat een genietmoment; het weer is zo zomers dat we heerlijk buiten kunnen eten. Italiaans met een Spaans-Nederlands snufje (om dat van die glasalen goed te maken, zeker). Voor het toetje is niet echt tijd meer; we duiken in de achtertuin van Theus. Snel op weg dus om te genieten van een HW duik bij de Zeelandbrug tijdens dood tij. Na de duik bespeuren we veel enthousiasme. We leren inderdaad anders kijken! We zien dingen die we eerst niet zagen. We kunnen hun soort benoemen. Of zien de relaties die er met andere dieren of planten zijn. Om ons heen horen we ‘baby-snotolfjes’, ‘rosse sterslak’, maar ook meer wetenschappelijke termen als ‘tubularia’ (maar welke dan?!). Ron trakteert ons nog op een korte prachtige fotofilm van hoe mooi Zeeland is. Daarna is het alweer snel bedtijd.

Zondagochtend staan we een uurtje later, maar met regen, op. Rob houdt na het ontbijt een presentatie over ‘mens en duikmilieu’. We horen over de invloed van de stormvloedkering, kenmerken van het eulitoraal en exoten. Alles blijkt voor- en nadelen te hebben. Rob heeft nog enkele opdrachtjes bedacht die meteen tot interactie leiden. Ook laat hij bijvoorbeeld het effect van een paalworm op hout zien. Veel deelnemers hebben zijn boek ‘flora en fauna van de zee’ en maken van de gelegenheid gebruik dit te laten signeren. We bekijken ondertussen een boompjesslak en een teringlijdertje in het aquarium. Ook ontdekken we het verschil tussen een kleine en een grote vlokslak. Dit heeft met het aantal rijen rugpapillen te maken. Daarnaast verschilt de ei-afzetting natuurlijk, maar die zien we niet altijd. Onder de microscoop is een zwanger spookkreeftje te zien. Hester neemt zich voor bij de duik eens op zoek te gaan naar deze geleedpotige. De derde duik is bij de Burghse Sluis, waar velen van ons nog nooit hebben gedoken. Wij vinden het een bloemrijke duik. De waaiers van zeepokken lijken naar ons te zwaaien en brokkelsterren, anjelieren en anemonen zijn niet te missen, terwijl elk overgebleven stukje substraat overdekt is met duizenden piepkleine mosseltjes. Na goed kijken ziet Hester hem dan toch: het teringlijdertje, ook wel bekend als de machospookkreeft. En even later zien we voor het eerst een boompjesslak. En als je er een gezien hebt, dan zie je er ineens een heleboel! Heidi spot zelfs een egelslak (mooi doel voor de volgende duik).

Weer bij de KoeBel maken we onze portfolio’s af en worden ze door de BW doorgespit. Soms volgt wat tekst en uitleg, maar iedereen is geslaagd. Met een feedbackrondje over de cursus, buiten in de zon, eindigt dit leerzame weekend met een specialty die toegevoegde waarde heeft. Al is er ook wel een nadeel aan verbonden: nu we zoveel gaan herkennen onderwater, is er toch echt een groter logboek nodig om dat allemaal nog te kunnen opschrijven. BW, bedankt!


Verslag: Heidi Tijms en Hester Verberkt