Verslag van het BW meiweekend in 2004


De lente (of de herfst?) hangt in de lucht, op de zomer is het nog even wachten! Begin mei (7-9 mei) was het tweede Zeeland Weekend van de Biologische Werkgroep. Deze keer zaten we in het oude Spoorhuis, op de Camping de Veerhoeve in Wolphaartsdijk.

De opkomst was niet heel groot, maar de harde kern van 12 duikers was er weer. Door de harde wind waren de Oosterschelde en de Grevelingen niet super geschikt als duikwater. Dit kan hebben bijgedragen aan het ontbreken van een aantal ‘die-hards’. Petje af voor Henk den Ouden en Pieter van der Maarel, die op zaterdag bij Burgsluis nog materiaal wisten te verzamelen voor een geslaagde Wandeling onder de Vloedlijn op Neeltje Jans.

Duikstek Geersdijk

Zaterdagochtend stond een duik bij Goesse Sas gepland. Daar stonden we dan aan de waterkant, met een harde noordoostenwind en troebel water. Wat nu? Zullen we weer het Veerse Meer proberen? Het vorige BW weekend was de start gemaakt voor de monitoring van de veranderingen in het Veerse Meer. Nu is het nog een afgesloten brakwatermeer, maar vanaf half mei wordt er door Rijkswaterstaat gestart met de inlaat van zout water uit de Oosterschelde in het Veerse Meer (zie het verslag van het BW weekend in april 2004 op deze website).


Zuiderzee krabbetje

De slechte toestand in de Oosterschelde bleek een geluk bij een ongeluk. Daardoor waren we nu aangewezen op het Veerse Meer en bleken de omstandigheden daar alsnog prima. Vaak zijn in mei de condities in het Veerse Meer dusdanig slecht (qua onderwaterzicht) dat we niet meer proberen daar te duiken. Uiteindelijk hebben we zaterdag en zondag op de volgende locaties in het Veerse Meer gedoken: Geersdijk, Wolphaartsdijk en Jonkvrouw Anna Polder. Hiermee is voor deze plekken, en voor de duikstek Caisson waar we al in maart gedoken hadden, de uitgangssituatie voor de veranderingen in het Veerse vastgelegd.
Trompet kalkkokerworm

Op alle plekken was de Trompetkalkkokerworm opvallend. Er was onder water duidelijk te zien dat vaak één oude oesterklep van de Japanse oester al voldoende was als substraat om een hele toren kokerwormen op te bouwen. Bij Geerdijk zijn (met vergunning) diverse kleine organismen meegenomen, om onder de binoculair-microscoop te determineren. Door o.a. de vondst van de Brakwaterknotsslak Tenellia adspersa, de Brakwaterpoliep Clavopsella navis en de Knotspoliep Sarsia tubulosa, was de microscoop de gehele avond geen moment onbezet.

We kwamen met duiken en door de microscoop kijken op 8 en 9 mei in het Veerse Meer tot de volgende soortenlijst met 31 soorten:


Onregelmatig vederwier	Bryopsis hypnoides
Echt darmwier	        Enteromorpha intestinalis
Zeesla			Ulva spec.
Hoorntjeswier		Ceramium spec.
Iers mos		Chondrus crispus
Brakwaterpoliep		Clavopsella navis (microscoop)
Knotspoliep		Sarsia tubulosa (microscoop)
Zeedraad spec. 1	Obelia spec.
Zeedraad spec. 2	Gonothyraea loveni (microscoop)
Baksteenanemoon		Diadumene cincta
Wadpier (hoopjes)	Arenicola marina
Trompetkalkkokerworm	Ficopomatus enigmaticus
Tweedradige kokerworm	Polydora ciliata
Gewone alikruik		Littorina littorea
Fuikhoren		Nassarius reticulatus
Brakwaterknotsslak	Tenellia adspersa (microscoop)
Brakwaterkokkel		Cerastoderma lamarcki
Japanse oester		Crassostrea gigas
Strandgaper		Mya arenaria
Mossel	Mytilus 	edulis
Strandkrab		Carcinus maenas
Penseelkrab		Hemigrapsus penicillatus (eerste vondst, bij Jonkvrouw Annapolder)
Zuiderzeekrabbetje	Rhitropanopeus harrissii
Bochtige aasgarnaal	Praunus flexuosis
Roodsprietgarnaal	Palaemon adspersus
Brakwaterzeepok		Balanus improvisus
Palingbrood		Electra crustulenta
Zijker	Molgula 	manhattenis
Zwarte grondel		Gobius niger
Brakwatergrondel	Pomatoschistus microps
Pomatoschistus minutus	Dikkopje


Brakwater knotsslak
Niemand kan nu eigenlijk voorspellen wat er zal gebeuren met de flora en fauna in het Veerse Meer. Met de Biologische Werkgroep vermoeden we dat de soorten die specifiek aan brakwater gebonden zijn, in ieder geval dichtbij de opening naar de Oosterschelde, bijvoorbeeld bij Jonkvrouw Anna Polder, zullen verdwijnen, en dat er kolonisatie van andere soorten uit de Oosterschelde zal plaatsvinden. In het gunstigste geval onstaat er een gradient van oost neer west in het Veerse Meer van zout naar minder zout, en neemt de biodiversiteit toe. Het is nu even afwachten. Vanaf nu gaan we met de Biologische Werkgroep deze veranderingen in het Veerse Meer volgen.

Tekst: Marion Bilius

Bijgevoegd zijn enkele impressiefoto’s van de flora en fauna in het Veerse Meer.
Foto’s: Joop Verkuil

Biologische Werkgroep NOB.